\ Henk RuselerDe sneeuw kraakt zacht onder mijn voeten wanneer ik ter voorbereiding op mijn laatste Safari van dit jaar door het eikenbos van Hoog Baarlo loop. Het dikke pak sneeuw geeft het gebied een sprookjesachtig aanzien en de oude, vaak grillig gevormde eiken vallen met zo’n witte achtergrond goed op.
Kaarten van ongeveer vierhonderd jaar terug wijzen hier al op aanwezigheid van struwelen van eiken. Kleine oases van groen, getekend in een groot leeg vlak van heide en vooral zandverstuivingen dat zich uitstrekte van Otterlo tot aan Apeldoorn. Hoenderloo mocht nog geen naam hebben maar verspreid over het gebied probeerden een aantal keuterboeren hier al wel een bestaan op te bouwen. Hoog Baarlo verschafte hen beschutting en brandhout, de uitgestrekte heidevelden in de omgeving,de graasgronden voor hun schaapskudden. Ook waren er de eekschillers en ontstond er een cultuur rondom de winning van eikenbast. In het voorjaar trokken deze lieden, vaak dagloners, de bossen in om eikenstammetjes te rooien. Vakkundig werd de bast er afgeklopt om verkocht te worden aan de leerlooierijen in Arnhem.
Ruim voordat het begrip Nationaal Park ook maar bij iemand in het hoofd kwam, had dit gebied dus een duidelijk verband met het reilen en zijlen van de plaatselijke bevolking. Nadat het echtpaar Kröller het gebied in bezit kreeg verdween de hakhoutcultuur en de boerengemeenschap van hun privé jacht- en rijdomein.
Even later stop ik bij een aantal bijzondere eiken of moet ik zeggen eik? In een kring staan ze daar, acht uitlopers van ongeveer tachtig jaar oud die de stoof (stobbe) markeren die onder mij verscholen ligt en de bomen met elkaar verbindt. Hier aan de rand van de oostelijke Veluwe stuwwal staat een vitale representant van een honderden jaren oude relatie tussen mens en natuur. Een magische plek?
Misschien is het, het door sneeuw verstilde bos of een jaar dat op zijn einde loopt. Mijn gedachten dwalen af en ik zie de keuterboeren met hun vee, het echtpaar Kröller die, gezeten te paard, dit mooie deel van de Veluwe toch regelmatig bezocht moeten hebben. Ik hoor het bronstig plaatshert en de wilde zwijnen die zich luid smakkend tegoed doen aan de eikels op de bosvloer.
Een paar bezoekers komen mij tegemoet, op witte fietsen banen zij zich een weg door de sneeuw. Hoewel het er op een doordeweekse dag als vandaag niet bijster veel zijn kan het Park ook dit jaar weer afsluiten met ruim vijfhonderdduizend bezoekers. Belangrijk want zij zijn het die vanaf de stichting in 1935 de essentiële inkomstenbron vormen om Het Nationale Park De Hoge Veluwe te beheren en voor de toekomst te bewaren. Het wordt dan ook een feestelijk jaar waarin het Park haar vijfenzeventigste verjaardag met iedere bezoeker wil vieren. En om haar jarenlange relatie met de directe omgeving nog eens extra te benadrukken krijgen inwoners van de drie gemeentes waarbinnen het Park ligt vijftig procent korting op hun beschermerkaart.
Ik vervolg mijn tocht door de sneeuw met de gedachte dat Hoog Baarlo en de eik niet mogen ontbreken tijdens mijn laatste Safari van 2009.
Meer informatie over ons jubileumjaar en meer vindt u op www.hogeveluwe.nl

