\ William van den Akker
Niet mijn meest favoriete dieren: schapen. Ze lijken op elkaar, hebben geen zichtbaar zieleleven en klitten altijd samen. Ze zijn het voorstadium van dekens en tapijten die per strekkende meter ook meer van hetzelfde bieden. Al sieren op die eindproducten nog wel eens leuke ruit- of bloempatronen. Dáár zou eens een schaap voorbeeld aan moeten nemen.
Natuurlijk zijn ze ook dom. Zo erg zelfs dat ze blijven liggen als ze omtuimelen. Dan persen de ingewanden langzaam het toch al niet zo opwindende leven uit hart en longen. Zeker op een dijkhelling is dat kantelen geen denkbeeldig gevaar, zoals ik afgelopen zomer een keer heb gemerkt. Met vier poten omhoog en in stervensnood lag er eentje in het gras. Het beest was te lam om om hulp te piepen. De rest van de kudde graasde onverstoord verder en stak geen poot uit om hun collega in nood te helpen. Toen ik het dier weer recht had gezet, kon er geeneens een ‘dankjewe-e-el’ vanaf.

Schapen: niet bepaald de oogappels van Moedertje Natuur. Geen wonder dat kauwen en kraaien handig de wol uit hun ruggen plukken voor nestbekleding. Zo’n compacte pluk wol op pootjes scheelt veel zoekwerk.
Zo dacht ik over schapen, totdat ik afgelopen week voor een tijdschrift foto’s moest maken van paardendrollen. Ik passeerde de kudde schapen op de dijkhelling tegenover Het Dijkmagazijn. De schapen stonden braaf ingerasterd wat voor zich uit te suffen, starend naar een weipaal die ook niet bewoog. Maar één schaap liep door de uiterwaard, het vaste domein van de grote jongens zoals konikpaarden en runderen. Dit schaap was uitgebroken en verkende de grote wereld niet voor de eerste keer. Haar rug was al flink uitgerafeld door het veelvuldig gekruip onder het prikkeldraad. En haar flanken waren bezaaid met klitten, die rijkelijk hun kans hadden gegrepen op dit harige transportmiddel. Kortom, voor het eerst zag ik een schaap met Karakter. Ik was diep onder de indruk van zoveel afwijkend gedrag. Dit schaap was de bewonderenswaardige uitzondering die de regel bevestigt. Maar niet helemaal, want toen zij mij ontdekte, liep zij snel terug naar haar kudde. Weer verloor zij vlokken aan het prikkeldraad. Maar ze bleef nieuwsgierig genoeg om naar me toe te komen en haar neus naar de camera te richtten. Van een afstand keken de andere schapen toe, als omstanders die het weer allemaal maar helemaal niks vonden.
William van den Akker
Het Dijkmagazijn, Beuningen
